Andorra, 03-08-2003 t/m 04-08-2003

We hebben allebei geen idee hoe groot Andorra is, dus moeten we goed opletten. Voor je het weet ben je er al weer uit en we willen er graag wat dingen kopen voor onderweg. Onder andere een printertje om foto's te kunnen afdrukken en we missen ook nog steeds een goede schep om Saharazand weg te graven als we vastlopen in het zachte stofzand.

Andorra is natuurlijk bekend van de wintersport en het eerste dorpje waar we doorheen rijden bestaat uit hoge appartementengebouwen en er wordt volop gebouwd voor het volgende seizoen. Verder zien we nog maar weinig winkels, dus we zullen nog wel even door moeten rijden. De volgende plaats is volgens ons Andorra de Vella, de hoofdstad. Halverwege dit dorpje is een camping en al snel staan we daar langs een kabbelend beekje geparkeerd. 's Avonds lopen we het dorp in om iets te gaan eten en alvast wat window-shopping te doen. Vreemd hoor, er zijn nauwelijks restaurants open en de winkels zijn niet echt dik bezaaid. Uiteindelijk wel een restaurantje gevonden, waar we op het buitenterras kunnen genieten van een heerlijke maaltijd, begeleid door een groepje ronkende, dampende motoren. Kortom, niet echt je van het.

Na een nacht luisteren naar het watergekletter, gaan we op zoek naar het beloofde koopparadijs. Blijkt dat we helemaal niet in de hoofdstad zitten, maar in een voor-dorpje! We vervolgen de weg en inderdaad: Andorra de Vella is niets minder dan wat we ervan verwachten. Een mondaine stad met allemaal winkels op elkaar gestapeld. Je kunt het zo gek niet verzinnen of je vindt het er. Hoewel, het lukt ons niet om een schep te kopen en ook de zoektocht naar bandenhoezen voor de reservewielen is tevergeefs. Wel een prachtig kleurenprintertje gevonden en horloge met ingebouwd kompas en dag-aanduiding. Die dag-aanduiding is wel handig onderweg, want zo zonder vast patroon van werken en weekend vergeet je wel eens wat voor dag het is (vervelend he?). Na een dag shoppen stappen we weer in de auto en gaan we op weg naar Spanje. Natuurlijk de tanks nog even volgegooid met belastingvrije diesel. Op 270 liter en 30 cent per liter goedkoper, scheelt dat behoorlijk wat.


Spanje, 04-08-2003 t/m 08-08-2003

Vanuit Andorra rijden we Spanje binnen. We zouden eventueel Martin en Marijke nog opzoeken. Die zitten ergens aan de middellandse zeekust van Spanje. Het blijkt toch wel ver uit de route te liggen, dus we sturen hen een berichtje dat we toch maar direct doorrijden naar Madrid. Martin vraagt om daar de groeten aan Klaas te doen, wat we natuurlijk gaan proberen.

Met het afdalen van de Pyreneeen aan de Spaanse kant begint de temperatuur ook te stijgen. Op het heetst van de dag is het zo'n 46 graden in de auto! Doorrijden maar, dan heb je nog wat verkoeling van de rijwind. En we wennen zo gelijk goed aan de Afrikaanse omstandigheden. Tegen de avond zijn we een kilometer of 50 boven Madrid en gaan we op zoek naar een camping. Dat is iets moeilijker dan verwacht en we zoeken even een terrasje op. Op dat terrasje zitten een paar nors kijkende spanjaarden (eigenlijk hebben we geen lachende spanjaard gezien). Toch maar even vragen of zij iets weten en een van hen weet geen camping, maar wel een andere plek om te wild-kamperen. Hij rijdt een kilometer of zes voor ons uit om de weg te wijzen en hij brengt ons naar verlaten parkeerterrein / recreatiegebied, waar we volgens zijn zeggen rustig een nachtje kunnen blijven staan. We trakteren hem op een biertje en hij verteld over wat we wel en niet moeten gaan zien op weg naar het zuiden. Madrid moeten we in ieder geval overslaan, want daar is het veel te warm plus dat er een fijne deken van smog boven hangt. Hij adviseert o.a. om even in zijn geboorteplaats Aranjuez te stoppen, want daar staan de koninklijke paleizen en het schijnt er erg mooi te zijn. We gaan morgen wel beslissen wat we doen.

Na wat gegeten te hebben, zetten we de tent op en gaan er al vroeg in. Zo'n eerste wildkampeerplek blijkt toch wel spannend te zijn, dus we slapen maar licht. Halverwege de nacht worden we tegelijk wakker van voetstappen rond de auto. Er loopt iemand om de auto heen te struinen, maar omdat het pikkedonker is zien we niet wie of wat. Dan horen we geritseld, gevolgd door kauwgeluiden.... Is het een hond, die onze afvalzak aan het omkeren en leegeten is! Hij is nog drie keer terug geweest die nacht.

De volgende dag besluiten we richting Aranjuez te rijden en kiezen de route langs Madrid. En het is echt prachtig om te zien hoe 's morgens vroeg deze stad al wordt getracteerd op een zachtgele smogdeken. Wat zullen de mensen het daar in de middag fijn hebben! Tegen het middaguur zijn We in Aranjuez en dat blijkt een prachtig stukje cultuur te zijn. Mooie gebouwen, sfeervolle straatjes en na wat zoeken, een prachtige camping. Helaas wordt het ook daar 's middags te warm om nog iets cultureels te ondernemen, dus gaan we maar bij het zwembad zitten. Nicoline zoekt de teveel meegenomen documentatie uit en (blijkt later) gooit daar weer teveel van weg. 's avonds gaan we het dorp in en daar bewonderen we de paleizen van het spaanse koningshuis. Net als we die op de gevoelige plaat (chip) willen gaan vastleggen, bemerken we een dichttrekkend wolkendek, gepaard gaand met veel wind die behoorlijk wat stof doet opwaaien. De wolken worden donkerder en uiteindelijk zwart, om vervolgens open te barsten en ons te trakteren op een fikse onweersbui met harde windstoten. Gelukkig levert dit ook nog de nodige leuke plaatjes op, dus we zijn tevreden over ons verblijf in Aranjuez. De nacht verloopt verder rustig en (redelijk) droog.

We gaan door richting Granada om daar het Alhambra te bezoeken. Afgezien van de verschrikkelijke temperatuur onderweg, verloopt de rit voorspoedig. Helaas blijken de campings in nokkievol te zitten. Daarbij kwam nog eens dat je de kaarten voor het Alhambra van tevoren moet reserveren, dus dat ging ook al niet lukken. We bezoeken nog een winkelcentrum voor wat boodschappen en daar vinden we ook het eerste internetcafe onderweg om wat mails te beantwoorden en versturen. We besluiten om, mede vanwege de hitte, door te rijden naar de zuidoost-kust van Spanje. In Malaga/Torremolinos woont een oude schoolvriend van Peter en die gaan we proberen te vinden.

Bij de kust aangekomen, gooien we de auto aan de kant en springen we direct in de verkoelende zee. Heerlijk. En dan op zoek naar een camping. We volgen wat bordjes en al snel sta ik in de receptie van zo'n typische costa-camping. Plekjes van 5 bij 5 en natuurlijk alles vol. Gelukkig hadden ze nog een plekje vrij, het was echt de allerlaatste. Eenmaal geinstalleerd, werden we getrakteerd op een fijne (= gore) visbaklucht van de buren en allerlei jankmuziek. Het was echt verschrikkelijk. In de avond gaan we proberen Marc te bereiken. Dat lukt al snel, maar dan blijkt dat ie z'n koffers aan het pakken is om een paar weken naar Nederland te gaan! Gelukkig vertrekt zijn vliegtuig pas de volgende dat laat, dus we spreken af om te gaan lunchen en dat wordt een gezellig weerzien. We eten ergens aan het strand, halen verhalen van onze schooltijd op en voor we het weten is het weer tijd om verder te gaan.

We rijden die dag via Marbella door richting Gibraltar. Vlak voor de apenrots vinden we een camping om te overnachten. Die avond hebben we (lees: gunnen we ons) voor het eerst tijd om tot rust te komen. Dat lukt prima, dus de volgende morgen staan we al vroeg aan de voet van die superkei met apen. Het blijkt pas om half tien open te gaan, maar aangezien het hek open staat rijden we vrolijk omhoog zonder de entree te betalen. We zien de makaken en maken een paar prachtige foto's van de uitzichten in een mooie ochtendzon.

Na de enge afdaling vanaf de rots, genieten we van een lekker onbijtje op het strand van Gibraltar. Dan vervolgen we de weg richting Algeciras, alwaar we de oversteek naar Afrika gaan maken. Voor we het weten staan we met ons ticket voor een personenauto (tot max. 1,80 mtr hoog, terwijl wij toch echt 2,5 meter zijn) te wachten in de rij op de veerboot naar Ceuta. Twee auto's voor ons staat een dreadlock-hippie-surfertype met z'n Defender in de rij en al snel raken we met hem in gesprek. Het blijkt een Afrika-veteraan te zijn die ons heel veel info kan geven over de reis door Mauretanie en allerlei tips vor de verdere reis. Even later rijden we de boot op en in de restauratie van het passagiersdek vertelt hij (John) honderduit over al zijn ervaringen. Alle nuttige info wordt opgeslagen in het aantekeningenboekje van Nicoline, zodat we het niet vergeten.

In ruim een half uur is de overtocht een feit en stappen we in de auto om Ceuta, een spaanse enclave op het afrikaanse continent, binnen te rijden. Op advies van John kopen we tien flessen van de allergoedkoopste whiskey (3 euro per fles), want in het zuiden van Marokko schijn je die voor het tienvoudige te kunnen verkopen. We zien het wel. Lukt het niet, dan zijn we de komende tijd voorzien van voldoende alcohol. Ook tanken we bij het allerlaatste tankstation voor de grens met Marokko nog een keertje belastingvrij vol en begeven we ons richting de douanebeambten van Marokko. Om een uur of twee beginnen we met de toelatingsprocedure tot deze zusterprovincie van Nederland en nog geen half uur later kunnen we door. Helaas heeft John iets meer moeite dus tegen een uur of vier zijn we klaar om Spanje te verlaten en Marokko (en dus Afrika) te betreden.